De 15-jarige Sam verhuist tegen zijn zin naar Cornwall, waar zijn vader jaren geleden in zee is omgekomen. Sam is doodsbang van water, maar om in de buurt te kunnen zijn van zijn spannende buurmeisje Jade en haar vrienden, die allemaal geweldig kunnen surfen, zet hij zich over zijn angst heen. Het duurt niet lang of hij redt zich aardig, ook al vinden Sam en haar vrienden hem maar een groentje: een 'kook'. Jade is als schrik­draad waarvan je nooit weet of er stroom op staat of niet, maar Sam raakt helemaal in haar ban. De vriendengroep droomt ervan ooit bij de Dui­vels­hoorns te surfen, een legendarisch eiland waar monstergolven zouden zijn. Als Sam een zeekaart in het huis van zijn oma vindt, met daarop de Duivelshoorns, grijpt hij zijn kans om indruk te maken op Jade en haar vrienden. Maar is surfen bij de Duivelshoorns wel zo'n goed idee?

1

Jade zorgde al vanaf dag één voor problemen.
Vorig jaar, op een zaterdag begin september, verhuisden we terug naar Cornwall. Mam, mijn zusje Tegan en ik.
Het was een zonnige dag, met een frisse wind. De eerste dag van de herfst, of de laatste van de zomer.
We reden door het dorpje Penford, en na vijf minuten rijden door de heidevelden hobbelden we verder over een onverhard pad.
Toen we aankwamen snapte ik waarom de huur zo laag was. Er stonden twee oude plattelandshuisjes, door stormen geteisterd, met mos op de daken en verrotte houten kozijnen, ingeklemd tussen de kliftoppen en de heide. Er stonden nog wat stenen muurtjes om de schapen weg te houden en een paar lage bomen die door de wind in vreemde vormen waren gebogen, maar dat was het wel zo’n beetje.
Een kleine kilometer lager eindigde het land plotseling aan de rand van de klif.
Wij zouden in het ene huisje gaan wonen. Jade, haar vader en hun hond woonden al in het andere. Ze kwamen ’s middags even langs, net toen mam de verhuizer ervan probeerde te overtuigen dat het niet haar schuld was dat de vering van zijn busje naar de knoppen was door het slechte pad.
Jades vader stelde zichzelf en zijn dochter voor. Jade hield zich afzijdig en liet hem praten. Hij zei dat we altijd een kopje suiker konden komen lenen, en meer van die burendingen. Ik luisterde verder niet naar hem. Ik was hard mijn best aan het doen om niet naar Jade te staren.
Ze had lang, zwart haar. Haar ogen waren groenblauw als de zee, glinsterend in een honingbruin gezicht. Jade straalde, iets wat haar oude T-shirt en spijkerjasje niet konden verbergen.
Ze keek me even aan met die zeegroene ogen en krulde haar mondhoeken op in een flauwe glimlach. Daar sloeg ze me mee aan de haak.
‘Hoe oud ben je, Sam?’ vroeg haar vader.
‘Sorry, wat zei u?’ vroeg ik.
‘Hoe oud ben je?’
‘Vijftien.’
‘Aha. Dan ga je dus naar Penwith High, net als Jade. Jullie kunnen samen optrekken en elkaar helpen met huiswerk en zo.’ Hij deed wel erg enthousiast. Volgens mij voelde het net zo ongemakkelijk voor Jade als voor mij. Later kwam ik erachter dat hij me met één oogopslag had gekeurd en had aangenomen dat ik ‘een goede invloed’ op Jade zou hebben. Anders dan de types waar ze normaal gesproken mee omging.
We gingen naar de keuken om thee te drinken en een plak van de cake te eten die ze hadden meegenomen. Mam en Jades vader, Bob, kletsten over Cornwall terwijl Jade en ik een wedstrijdje ‘wie kan het minst zeggen’ deden. Maar ze leek Tegan wel te mogen. Jade gaf haar stukjes cake om aan de groezelige schaapshond te voeren.
Toen ze opstonden om te gaan zei Bob: ‘Jade wilde Tess net gaan uitlaten. Je zou met haar mee kunnen gaan… O, wat dom van me. Jullie zijn aan het uitpakken. Een andere keer.’
‘Geeft niet,’ zei mam. ‘Je mag wel gaan, Sam, maar niet te lang. Als Jade het tenminste goed vindt?’
‘Oké.’ Voordat ik ook maar iets kon zeggen liep Jade de keuken al uit met haar hond.
Jade liep recht op de heuvel naast onze huizen af, meteen het pad op, als een meisje met een missie.
‘Waarom zo’n haast?’ vroeg ik toen ik haar had ingehaald.
‘Ik moet iets controleren.’ Ze had een lokaal accent. Maar niet heel sterk, en haar stem klonk hees.
Eenmaal boven klommen we op een grote, platte steen en gingen zitten. Ze haalde een pakje sigaretten uit haar zak en gebruikte mij als windscherm om er eentje op te kunnen steken.
Achter de heide lag de zee, blauw met wit en glinsterend. Het weerkaatste licht was zo fel dat ik door mijn wimpers moest turen. Ik had de zee bij Cornwall in geen jaren gezien, niet meer sinds de dood van pap, toen ik vier was. Ik kon me er maar weinig van herinneren. Ik had niet verwacht dat mijn hoofd zo zou tollen, alleen al door ernaar te kijken. De zee was zo uitgestrekt als de lucht.
‘Mooi uitzicht,’ zei ik.
‘Ja, zal wel. Hou eens vast,’ zei ze en ze gaf me haar sigaret. Ze haalde een kleine verrekijker uit haar spijkerjasje, stelde hem scherp en richtte hem op de zee in de verte. Verderop langs de kust stak een smalle landtong van kliffen de Atlantische Oceaan in. Jade verroerde zich niet, staarde alleen door de verrekijker terwijl ze af en toe haar sigaret aanpakte. De hond lag naast haar, met haar zwart-witte kop op Jades schoot.
Toen ging Jade opeens gespannen rechtop zitten, alsof ze iets had gezien. Het enige wat ik zag was een smalle streep van wit schuim dat in de verte tegen de klif sloeg.
‘Waar kijk je naar?’ vroeg ik.
‘Seinpost.’
‘Wat?’
‘Zo heet die plek.’ Ze zuchtte en stopte de verrekijker weer in haar zak. ‘Ik kan de golven daar goed zien, daarom heet het Seinpost. Deining van ongeveer een meter. Surf je, Sam?’
‘Nee.’
‘Jammer. Ik wel.’ Ze sprong van de steen en liet me daar zitten met de smeulende sigarettenpeuk in mijn hand.
Oké dan, zie je later, dacht ik. Maar…
‘Kom mee!’ riep ze over haar schouder terwijl ze de heuvel af rende.
‘Surfen?’ riep ik terug. Maar ze was al te ver weg om me te kunnen horen.

© 2016 Gottmer

Lees hier de eerste 2 hoofdstukken >
 


* Recensie door 7Days

Uitgever: Gottmer
Engelse titel: Kook

Uitvoering: paperback
ISBN: 9789025761936
Normale prijs: € 16,95
Verschijning: juni 2016

Uitvoering: e-book
ISBN: 9789025765378
Normale prijs: € 8,99
Verschijning: juni 2016