Op een warme nazomerdag dreigt de achttienjarige studente Robyn Swinton meegesleurd te worden door de golven aan de kust van Cornwall. Als Jago, haar buurjongen, niet snel gereageerd had, zou ze zijn verdronken. De gebeurtenis zal het leven van beiden voor altijd veranderen. Robyn en Jago volgen in de zeven jaar erop ieder hun eigen pad, van Londen naar New Mexico, van stad naar platteland. Maar de gedachte aan elkaar blijft. Is de band die op de bijna-fatale dag werd gevormd sterk genoeg of blijkt die slechts gebaseerd op een romantische wens?

Proloog

Jago, New Mexico, heden

Jago hoorde eerst de paarden en toen pas het vuur. Hij lag te slapen, met zijn laken van zich af getrapt, toen hij ergens door werd gewekt. De nachten hier waren inktzwart. De avond viel vanuit de bergen en gleed over de woestijngrond in een stortvloed van duisternis. Soms ging het gepaard met het huilen van coyotes of het kwieke kwetteren van cicaden, maar nooit met het stadse lawaai van kreten en sirenes, piepende banden of flarden van andermans muziek. De nacht was een donkere deken die pas oprees bij het roze licht van de dageraad.
Jago’s ogen schoten open en hij luisterde roerloos. Een onverklaarbaar maar sterk gevoel van onrust nam bezit van hem. Toen klonk er een doordringend, fluitend geluid: de waarschuwende roep van een jonge hengst. Jago zwaaide zijn benen over de rand van het bed en haastte zich naar de deur. Buiten, op de veranda, petsten zijn blote voeten op het hout. De nachtlucht was drukkend warm en er stond een sterke, smorende wind. Jago keek rond en snoof de lucht op. As. De onmiskenbare geur kriebelde achter in zijn keel. Hij speurde de hemel af, vervuld van vrees, en zag een neonkleurige rookwolk aan komen rollen vanuit het westen. Toen hoorde hij het geluid van droge begroeiing die vlam vatte. Het splinteren van cactussen. Het meedogenloze geraas van een natuurbrand.
Hij stoof terug naar binnen, trok zijn laarzen aan en wurmde zich in een T-shirt. Toen zette hij het op een rennen. Er viel niemand te wekken in het huis. Annie was naar de bruiloft van haar nicht in Phoenix. Op dit tijdstip zou ze diep in slaap zijn, haar adem zoet van de cocktails, haar gekreukte jurk op de grond gegooid. Pico was bij zijn zieke vader in Albuquerque. Jago was als enige op de ranch. Samen met zeventien paarden, elk met een naam en een verhaal, verspreid over tachtig hectare weiland, en een vlammenzee die werd opgejaagd door de wind. Hij kon hun kreten nu duidelijk horen: een aaneengesloten schel gehinnik, onderbroken door angstig gegil en rusteloos hoefgetrappel.
Hij kon niet anders dan naar ze toe gaan.

Robyn, Cornwall, heden

Merrin was altijd Jago’s plek geweest, al lang voordat het ook haar plek was geworden. Zelfs nu hij weg was, was hij nog overal. In het roestbruine struikgewas en op de kronkelige lanen. Bij de baai die ze Rockabilly noemde, in de perfecte golven en het immense oppervlak van blauw, grijs, groen en weer blauw. In het helmgras en de zeebries. En ook in haar atelier.
Op de tafel, tussen haar potten met penselen, bewaarde Robyn een reeks schatten, voorwerpen die ooit vochtig glommen, maar nu kurkdroog waren. Zanderige zeeschelpen, een handvol kiezels zo glad en rond als zuurtjes, een perfect poreus stuk zeeschuim. Als ze hier zat te werken, lijnen zettend met potlood of penseel, gleden haar vingers soms even over deze kleine aandenkens, op zoek naar de troost van herinneringen. Pas als er weer iets tot haar kwam – de blik in zijn waterblauwe ogen terwijl hij naast haar op het strand lag, zijn scheve glimlach terwijl hij zijn moeders gitaar vasthield – besefte ze dat zulke vluchtige indrukken toch niet genoeg waren. Niet terwijl hij nog ergens daarginds was, in levenden lijve, op een andere plek dan Merrin, pratend met andere mensen dan zij, een leven leidend dat voor altijd verbonden was met, maar tegelijkertijd gescheiden was van dat van haar. Dan dwaalde haar blik naar het raam en bleef ze maar turen, alsof ze helemaal naar de andere kant van de Atlantische Oceaan probeerde te kijken. Ze staarde naar de horizon en dwong die scherper te worden en een vorm aan te nemen, al was het maar de flauwste welving van een klif of de smalste streep van een vuurtoren, iets waardoor de kust dichterbij leek, iets waardoor Jago niet zo ver weg leek.

© 2016 Ambo|Anthos

Lees hier de eerste paar bladzijden >
 


* Recensie door Chicklit

Uitgever: Ambo|Anthos
Engelse titel: The Sea Between Us

Uitvoering: paperback
ISBN: 9789026332548
Normale prijs: € 19,99
Verschijning: mei 2016

Uitvoering: e-book
ISBN: 9789026332555
Normale prijs: € 9,99
Verschijning: mei 2016