Bandi, dat ‘vuurvlieg’ betekent in het Koreaans, is het pseudoniem van een Noord-Koreaanse auteur die deze verhalen in het geheim schreef en zelf nog steeds in Noord-Korea woont. Hij was een ‘goedgekeurde’ auteur, maar nadat hij getuige was geweest van de ontberingen tijdens de jaren 80 en 90, nam hij stelling tegen het regime, dat hij verant­woordelijk houdt voor de massale hongersnood en de erbarmelijke omstandigheden in Noord-Korea. Met rauwe precisie, absurde satire en onverwachte schoonheid neemt Bandi de lezer mee naar het Noord-Korea van de jaren 90, tijdens het repressieve regime van Kim Il-Sung, naar personages van vlees en bloed met hartverscheurende verhalen.

Pandemonium
 
(...) De koekoek was een tijdje stilgevallen, maar nu klonk zijn roep weer. Mevrouw Oh beeldde zich in dat het geluid uit de borst van haar man kwam, alsof hij een bloedprop ophoestte die symbool stond voor alle pijn die hij niet onder woorden kon brengen. (…)
Gisteren, toen haar man en Yeongsun vanuit het ziekenhuis naar huis waren gebracht, had hij mevrouw Oh tot in detail verteld wat ze allemaal op het station hadden doorstaan. Te oordelen naar zijn verslag was het visioen dat voor haar ogen was verschenen toen ze in de auto had gezeten geen illusie geweest, maar bijna een exacte weergave van de werkelijkheid. Het enige wat niet klopte, was dat de muren bij de kaartjescontrole niet uit hun voegen waren gebarsten – al waren vier van de poortjes wel ingestort – en dat Yeongsun niet op de rug van haar grootvader had gezeten maar zich stevig aan zijn borst had vastgeklemd toen het tweetal onder de voet werd gelopen. Hoe moest het de zwangere jonge vrouw zijn vergaan in zo’n grote chaos, terwijl ze al last had van haar buik? En zij drieën konden niet de enige slachtoffers zijn geweest, de enigen die een ledemaat hadden gebroken, hun heup hadden verdraaid, die uiteindelijk een miskraam hadden gekregen…
Maar die pijnkreten, die bij elkaar genoeg zouden zijn om zelfs de hel te doen verstommen, waren allemaal verdwenen, verdrongen door het geluid van ‘vrolijk gelach’ (…) Waren zulke dingen mogelijk in deze wereld? Hoe kon het gegil en gekrijs van zo’n grote menigte worden omgevormd tot ‘vrolijk gelach’ zonder dat daar een wreed soort magie bij kwam kijken?
Mevrouw Oh huiverde. Ineens verscheen er een beeld voor haar ogen van een demon die precies zulke zwarte magie uitoefende. Een eeuwenoude, zeer zwaarlijvige demon die vrijelijk zijn gang kon gaan. (…)
Mevrouw Oh huiverde weer. Dankzij de toverij van deze demon leefden de mensen in dit land al jaren een krankzinnig leven dat ver van de werkelijkheid afstond.
De schelle stem van Yeongsun, die geluidjes maakte alsof ze iets probeerde af te weren, bracht mevrouw Oh weer terug naar het hier en nu. Maar het kind op haar schoot mompelde slechts in haar slaap, terwijl haar borst gelijkmatig op en neer ging. Mevrouw Oh vermoedde dat ze droomde, dat ze het moment waarop ze haar been had gebroken misschien wel herleefde.
‘Praat ze in haar slaap?’ Haar man, die al even diep in gedachten leek verzonken als zij, schrok ook op van de stem van het meisje.
‘Ja, dat is alles. Ze wordt alweer rustig… Probeer jij zelf maar wat te slapen.’ Mevrouw Oh zou willen dat ze hem wat troost kon bieden, wat verlichting van zijn getergde gedachten. ‘Waarom blijf je jezelf zo kwellen, het is nu afgelopen…’
‘Wat? Daar dacht ik helemaal niet aan,’ zei haar man. ‘(…) Ik zat gewoon te bedenken welk verhaaltje ik onze kleindochter zou kunnen vertellen als ze wakker wordt.’ (…)
‘Je hebt gelijk – als ze wakker wordt zal ze vast om een nieuw verhaal smeken. Ik ken geen enkel ander kind dat zo in vervoering raakt wanneer ze naar een verhaal luistert!’ zei mevrouw Oh.
‘Gelukkig kunnen we haar leed daarmee wat verzachten.’
‘Hoe dan ook, maak je geen zorgen. Ik heb nog een oud verhaaltje achter de hand.’ (…)
Mevrouw Oh wist haar trillende stem weer wat onder controle te krijgen en ging van start met het verhaal dat ze in gedachten had.
‘Er was eens een tuin die aan alle kanten werd omringd door een groot, hoog hek. In die tuin heerste een demon over duizenden slaven. Maar verrassend genoeg was het enige geluid dat ooit binnen die hoge muren klonk het geluid van vrolijk gelach. Hahaha en hohoho, het hele jaar door – dat kwam door de lachmagie waarmee de oude demon zijn slaven betoverde.
Waarom betoverde hij hen met zulke magie? Om te verhullen hoe slecht hij hen behandelde, natuurlijk, en om een illusie te creëren zodat hij kon zeggen: “Zo gelukkig zijn de mensen in onze tuin.” Daarom had hij dat hek ook geplaatst, zodat de mensen in andere tuinen er niet overheen konden kijken of binnen konden komen. Denk nu eens na. Waar ter wereld vind je zo’n tuin, zo’n plek vol duistere magie, waar kreten van pijn en verdriet uit de monden van het volk worden gerukt en tot gelach worden vervormd?’
Mevrouw Oh kreeg weer een brok in haar keel, al was ze zich daar niet van bewust. Haar verwachting dat haar verhaal de pijn misschien tijdelijk zou verlichten, bleek onjuist. Het was inmiddels diep in de nacht, maar er klonk weer een ronde van ‘vrolijk gelach’ uit de luidspreker, ter illustratie van de plot van dat oude verhaal, dat eigenlijk helemaal niet zo oud was.

© 2017 Ambo|Anthos

Lees hier de eerste paar bladzijden >
 


* Recensie door NRC (4*)
* Artikel op Boekblad

Uitgever: Ambo|Anthos
Engelse titel: The Accusation

Uitvoering: hardcover
ISBN: 9789026336386
Normale prijs: € 21,99
Verschijning: september 2017

Uitvoering: e-book
ISBN: 9789026336393
Normale prijs: € 12,99
Verschijning: september 2017